Eaglewatch: roofvogels en uilen
Roofvogels en uilen in de wereld:
Amerika Afrika Europa Azië Oceanië
Afbeeldingen
Bosuil - Strix Aluco
Bosuil - Strix Aluco
Bosuil - Strix Aluco
Bosuil - Strix Aluco
Bosuil - Strix Aluco
Voorkomen Bosuil - Strix Aluco
Taxonomie:
   ORDE Strigiformes Strigiformes
    ONDER ORDE  
        FAMILIE Strigidae Strigidae
            ONDER FAMILIE  
Benaming:
Nederlands Bosuil - Strix Aluco (Linnaeus, 1758)
English Tawny Owl Français Chouette hulotte Deutch Waldkauz
Italiano Allocco comune Svenska Kattuggla Español Cárabo Común
Português Coruja-do-mato Polski Puszczyk Dansk Natugle
 
Rode lijst:
 
Populatie trend:
Populatie van deze soort is stabiel Populatie van deze soort is stabiel.
 
Ondersoorten:
Er is één ondersoort gemeld:
- Strix aluco
     Strix aluco aluco
     Strix aluco volhyniae
     Strix aluco doderleini
     Strix aluco yamadae
     Strix aluco ma
     Strix aluco sylvatica
     Strix aluco biddulphi
     Strix aluco siberiae
     Strix aluco mauritanica
     Strix aluco willkonskii
     Strix aluco obscurata
     Strix aluco sanctinicolai
     Strix aluco haermsi
     Strix nivicolum
     Strix nivicolum nivicolum
     Strix nivicolum obrieni
 
Afmetingen en gewichten:
Lengte : circa 38 cm
Spanwijdte : ? cm
Gewicht : (M) 450 gram / (V) 550 gram
 
Kenmerken:
Talrijkste uilensoort in Midden-Europa. Middelgrote uil met korte staart, een grote ronde kop zonder pluimpjes. Grondkleur roestbruin tot grijs met donkere lengtevlekken; vleugels en staart met zwarte dwars bandjes, op de vleugels twee rijen druppelvlekken. Snavel gelig, poten grijs, nagels aan de basis licht, aan de punt zwartgrijs, iris bruinzwart. Geslachten gelijk gekleurd, vrouwtje iets zwaarder. Jonge vogels onduidelijk dwars gebandeerd.
 
Vlucht:
Vliegt met diepe vleugelslagen; glijdt voor het neerstrijken en voor de prooi wordt gegrepen. "Bidt" ook.
 
Verspreiding:
West-Europa tot West-Siberië, Noordwest-Afrika.
 
Habitat:
Lichte loof- en gemengde bossen, parken, zelfs in tuinen in grote steden.
 
Geluid:
-
 
Voedsel:
Overwegend muizen en andere knaagdieren, maar ook vogels, kikkers, insecten en wormen.
 
Voortplanting:
Holenbroeder, zoekt ruime holten in bomen, gebouwen of rotsen; benut echter ook oude nesten van roofvogels en kraaiachtigen, zelfs gaten in de grond. Het vrouwtje krabt de nestplaats schoon en maakt braakballen fijn, die als onderlaag voor het legsel moeten dienen. Broedtijd februari tot juni. Grootte van het nest 3-5 eieren, broedduur 28-30 dagen, nestperiode jongen 28-35 dagen. Vrouwtje begint vanaf het eerste ei met broeden. De jongen zijn na circa drie maanden zelfstandig. In de herfst verlaten ze het ouderlijk territorium en zoeken voor zichzelf een territorium in de nabijheid. Bosuilen blijven hun hele leven bij elkaar en zijn trouw aan het territorium. In Nederland broeden 4000-5500 paren.
 
Overige:
Bosuilen zijn 's nachts en in de schemering actief; als er jongen zijn gaan ze reeds voor zonsondergang op jacht tot zonsopkomst. Overdag zitten ze te zonnen voor hun slaap- of broedhol. De Bosuil bemachtigt zijn prooi vanaf een zitplaats en lokaliseert deze op het gehoor. Hij jaagt echter ook vliegend of slaat vogels, die uit hun slaapplaats worden opgeschrikt, in de vlucht. Bosuilen zijn echter ook nestplunderaars, die het vooral voorzien hebben op holenbroeders. Voedseloverschot wordt ergens gedeponeerd. Hiermee worden de jongen ook overdag gevoerd.
 
Ingezonden foto's:
©: